Actualiteiten

Advocatuur Mediation Overlegscheiding


Ontslag op staande voet wegens het verstrekken van onjuiste informatie over arbeidsongeschiktheid

Ontslag op staande voet wegens het verstrekken van onjuiste informatie over arbeidsongeschiktheid
Geplaatst op vrijdag 4 augustus 2017

In beginsel is een werknemer niet gehouden om gegevens over zijn gezondheid of arbeidsongeschiktheid aan zijn werkgever mede te delen. Echter, in een recente uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 18 juli 2017 is een werknemer op staande voet ontslagen wegens leugenachtige verklaringen over zijn arbeidsongeschiktheid.

De werknemer is al enkele jaren werkzaam bij de werkgever als betonreparateur als hij zich in verband met klachten aan zijn rechterpols ziek meldt bij zijn werkgever. De werknemer heeft de bedrijfsarts bezocht en er is besproken dat hij wel werkzaamheden met zijn linkerarm kan verrichten en dat hij zich hiervoor tijdens werktijden beschikbaar en bereikbaar moet houden. Omdat de werknemer meerdere malen niet bereikbaar was tijdens werktijd heeft de werkgever een waarschuwing naar de werknemer gestuurd. Enkele dagen daarna is de werknemer aan zijn pols geopereerd.

Twee weken na de operatie heeft de werknemer de bedrijfsarts weer bezocht en is er een Bijstelling plan van aanpak WIA opgemaakt. Hierin is onder andere het volgende opgenomen:
“(…) Op dit moment is werknemer erg belemmerd in zijn bewegingen. Werknemer kan niet autorijden (schakelen) niet fietsen/scooter rijden vanwege de trillingen en vanwege het gevaar voor vallen. Werknemer moet op advies van de behandelend arts voortdurend zijn brace dragen. In rust op de bank mag de brace bij uitzondering even af. Werknemer mag niet tillen, ook niet met de andere hand want tijdens inspanning gebruik je toch onwillekeurig je andere hand, omdat de wond binnenin nog behoorlijk is kan inspanning het herstel vertragen. (…).”

Vanwege diverse meldingen van andere werknemers en onderzoek op social media is bij de werkgever twijfel ontstaan over de mate van arbeidsongeschiktheid van de werknemer. De werkgever heeft daarom een onderzoeksbureau ingeschakeld om hier onderzoek naar te doen.

Het onderzoeksbureau heeft de werknemer tijdens werktijd op de openbare weg en voor het publiek toegankelijke plaatsen geobserveerd en heeft de bevindingen vastgelegd op camera. Er is onder andere waargenomen dat de werknemer meerdere malen een auto bestuurt met een reguliere versnellingsbak en met zijn rechterhand de versnellingspook bediend. Ook draagt hij zijn brace niet of nauwelijks, opent hij de voordeur met zijn rechterhand door het omdraaien van een sleutel in het slot met zijn rechterarm, heeft hij getankt met zijn rechterhand en heeft hij met zijn beide armen/handen boodschappen opgetild.

Medewerkers van het onderzoeksbureau hebben met de werknemer gesproken en hebben hem in eerste instantie vragen gesteld over hoe het met hem gaat en wat hij zoal thuis doet. Ook is hem gevraagd naar de fysieke beperkingen en wat hij wel en niet kan met zijn pols. De werknemer heeft aangegeven dat hij op dit moment nog niets met zijn pols kan/mag doen. Op specifieke vragen hierover geeft hij aan dat hij nog niet kan autorijden/schakelen, geen boodschappen tilt, de voordeur niet met zijn rechterhand kan openen en dat hij zijn brace bijna altijd om heeft. Als hij boodschappen gaat doen, gaat hij mee met zijn vriendin en loopt hij er slechts naast. 

Als de medewerkers van het onderzoeksbureau de werknemer confronteren met hun bevindingen geeft hij aan dat hij niet volledig eerlijk is geweest, omdat hij bang was dat hij hierdoor aangepaste werkzaamheden moest gaan verrichten en dat hij dan al snel te zware inspanningen zou gaan doen. Er stond al een afspraak gepland met de bedrijfsarts en de chirurg, maar hij heeft geen contact opgenomen, omdat hij bang was dat hij eerder (aangepaste) werkzaamheden moest gaan verrichten.

Diezelfde dag is de werknemer op staande voet ontslagen.

Verzoek werknemer
In de procedure verzoekt de werknemer om een billijke vergoeding toe te kennen van € 25.000,- bruto en een vergoeding gelijk aan bedrag aan loon over de opzegtermijn wegens een onregelmatige opzegging en de transitievergoeding van € 6.049,33 bruto. De werknemer is van mening dat geen sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet. De werkgever had zich volgens de werknemer moeten houden aan het sanctiekader van artikel 7:629 BW (bijv. inhouden van loon wegens het niet houden aan de re-integratieverplichtingen). Eerst hadden minder verstrekkende middelen moeten worden ingezet in plaats van direct over te gaan tot een ontslag op staande voet.

Verweer werkgever
De werkgever stelt zich op het standpunt dat de werknemer niet de waarheid heeft gesproken en dat hij bewust een andere voorstelling van zaken heeft gegeven om onder zijn re-integratieverplichtingen uit te komen, als gevolg waarvan sprake is van verwijtbaar handelen.

Oordeel kantonrechter
De kantonrechter stelt vast dat de bevindingen van het onderzoeksbureau door de werknemer niet worden betwist en dat de arbeidsovereenkomst op de dag van het ontslag op staande voet is geëindigd.

Allereerst is de kantonrechter van mening dat sprake is van een dringende reden, als gevolg waarvan niet van de werkgever kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst langer voort te laten duren. De werknemer is immers niet eerlijk geweest over zijn beperkingen en heeft onjuiste informatie verstrekt.  Het bij herhaling liegen over de inzetbaarheid levert een grond op voor een ontslag op staande voet. Het is namelijk niet ter beoordeling van de werkgever om te bepalen wat de mate is van zijn inzetbaarheid. Omdat de reden van het ontslag op staande voet niet is gelegen in het niet-nakomen van re-integratieverplichtingen maar in het verstrekken van onjuist informatie gaat de kantonrechter voorbij aan het standpunt van de werknemer dat moet worden uitgegaan van het sanctiekader van artikel 7:629 BW.

Er is geen sprake een onregelmatige opzegging en het verzoek tot toekenning van een billijke vergoeding wordt ook afgewezen. Volgens de kantonrechter heeft de werknemer vanwege de leugenachtige verklaringen verwijtbaar gehandeld, waardoor hij ook geen recht heeft op een transitievergoeding.

Omdat de werknemer in het ongelijk is gesteld, wordt hij veroordeeld in de kosten van de procedure.

In onze praktijk maken wij ook wel eens gebruik van een onderzoeksbureau. In dat geval maken wij gebruik van de diensten van Mira Recherche & Adviesbureau, waarmee wij goede ervaringen hebben.

Indien u vragen heeft over het arbeidsrecht, dan kunt u contact opnemen met Tessa de Mos of  Eline Geven. 

Terug naar het nieuwsoverzicht

Sportrecht is een relatief nieuw recht. Uiteraard zijn sporters altijd bijgestaan door advocaten, maar dan vanuit andere rechtsgebieden, zoals arbeidsrecht, aansprakelijkheidsrecht en civielrecht. Spo
Van Eerdenburg De Mos
advocatuur & mediation
Augustijnendreef 2
5611 CS Eindhoven
T: 040 - 82 00 906
F: 040 - 82 00 912



Ontwerp en techniek © 2013-2018 Montay Media