Actualiteiten

Advocatuur Mediation Overlegscheiding


De bedenktermijn

De bedenktermijn
Geplaatst op vrijdag 3 februari 2017

Met de komst van de Wet werk en zekerheid (Wwz) zijn niet alleen de regels voor arbeidsrechtelijke procedures veranderd, maar ook in de schikkingspraktijk heeft de Wwz de nodige veranderingen teweeg gebracht. De wettelijke regeling voor de beëindigingsovereenkomst is geïntroduceerd, maar ook de bedenktermijn heeft met de komst van de Wwz zijn intrede gedaan. Wat houdt deze bedenktermijn nu in en hoe gaat de rechtspraktijk hiermee om?

De wet

Artikel 7:670b BW bepaalt dat indien partijen een arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden wensen te beëindigen, dit alleen kan door middel van een schriftelijke beëindigingsovereenkomst. Ditzelfde artikel bepaalt vervolgens dat een werknemer het recht heeft om binnen veertien dagen na de datum waarop de overeenkomst tot stand is gekomen, zonder opgaaf van redenen, deze overeenkomst te ontbinden. De werkgever heeft de verplichting om dit recht op te nemen in de beëindigingsovereenkomst. Indien de werkgever dit nalaat, wordt de bedenktermijn met een week verlengd, als gevolg waarvan een werknemer maximaal drie weken de tijd heeft om de beëindigingsovereenkomst te herroepen.

Wat nu als de werkgever is vergeten om de bedenktermijn in de beëindigingsovereenkomst op te nemen? Kan de werkgever de werknemer hier middels een aparte brief nog op wijzen? In de wet is bepaald dat de bedenktermijn schriftelijk moet zijn aangegaan en in de overeenkomst moet zijn opgenomen. Dit betekent dan ook dat indien de werkgever dit heeft nagelaten en de werkgever de beëindigingsovereenkomst wil herroepen, dit binnen een termijn van drie weken moet worden gedaan, ook als de werkgever na het ondertekenen van de overeenkomst nog een aanvullende brief heeft gestuurd waarin de werknemer wordt gewezen op de bedenktermijn van twee weken. Er is immers geen sprake van een mededeling in de overeenkomst.

Aanvang termijn

De vraag die kan worden gesteld is wanneer de overeenkomst tot stand is gekomen en de bedenktermijn begint te lopen. Is dit de datum waarop de werknemer zijn akkoord heeft gegeven over de voorwaarden van de beëindiging of is dit de datum waarop de overeenkomst daadwerkelijk door beide partijen is ondertekend?

De rechtspraak

In de lagere rechtspraak wordt de vraag wanneer de bedenktermijn begint te lopen verschillend beantwoord.  De kantonrechter Rotterdam is de eerste kantonrechter geweest die zich over de kwestie heeft gebogen. Kort samengevat ging het in deze zaak om onderhandelingen tussen de gemachtigde van de werknemer en de werkgever over een vaststellingsovereenkomst die tot een schriftelijke bevestiging door de gemachtigde van de werknemer leidde op 21 september 2015. De gemachtigde gaf aan dat zijn cliënt akkoord was met de inhoud van de laatste versie van de vaststellingsovereenkomst. De werknemer heeft de vaststellingsovereenkomst uiteindelijk pas op 28 september 2015 ondertekend. Vervolgens heeft de werknemer op 9 oktober 2015 een beroep gedaan op de bedenktermijn. Of dit tijdig was, is afhankelijk van de vraag wanneer de bedenktermijn is aangevangen. De kantonrechter Rotterdam oordeelde dat er een groot belang wordt gehecht aan het ondertekenen van een overeenkomst en zoekt aansluiting bij het schriftelijkheidsvereiste van het concurrentiebeding. Voor de totstandkoming van een geldig concurrentiebeding is de handtekening van de werknemer noodzakelijk. Zo oordeelde ook de Hoge Raad. Met andere woorden is volgens de kantonrechter op 28 september 2015 overeenstemming bereikt en was de herroeping van de werknemer binnen de bedenktermijn, als gevolg waarvan de beëindigingsovereenkomst werd ontbonden.

De kantonrechter Leiden heeft echter in een soortgelijke zaak anders geoordeeld. In deze zaak hebben partijen met hun gemachtigden onderhandeld over de voorwaarden van een vaststellingsovereenkomst. Op 29 januari 2016 heeft de werkgever een voorstel gedaan en komen partijen tot overeenstemming over de essentialia van de overeenkomst. Dit kan worden afgeleid uit een e-mail van de gemachtigde van werknemer. De gemachtigde geeft per e-mail uitdrukkelijk aan dat partijen de aangepaste en goedgekeurde overeenkomst met de datum van 29 januari 2016 kunnen ondertekenen, aangezien partijen op die datum overeenstemming hebben bereikt. Op 5 en 16 februari 2016 zijn namens de werkgever nog aangepaste conceptovereenkomsten gestuurd, die op een paar kleine punten afweken van de overeenkomst van 29 januari 2016. Er vindt echter geen ondertekening plaats. Op 16 februari 2016 beroept de werkneemster zich op de bedenktermijn. De kantonrechter oordeelde in dit geval dat het schriftelijkheidsvereiste niet zover gaat dat de bedenktermijn pas gaat lopen na ondertekening van de beëindigingsovereenkomst. Dit zou een te grote afwijking zijn van hetgeen in het reguliere contractenrecht en het systeem van aanbod en aanvaarding geldt. Er is volgens de kantonrechter aan het schriftelijkheidsvereiste voldaan op het moment dat tussen de gemachtigden overeenstemming over de essentialia is bereikt.

Op dit moment heeft de Hoge Raad zich nog niet gebogen over deze materie. Een interessante vraag is hoe de rechter zou omgaan met de situatie dat partijen overeenstemming hebben bereikt per e-mail en hierin opnemen dat de bedenktermijn vanaf dat moment is aangevangen. Op dit moment is deze situatie nog niet voor de rechter gekomen. Totdat de Hoge Raad duidelijkheid heeft geboden, is het raadzaam om de door de gemachtigden bevestiging van de bereikte overeenstemming spoedig te laten volgen door een door beide partijen getekende overeenkomst. Zoals uit de hiervoor genoemde uitspraken blijkt, bestaat immers het risico dat een lagere rechter oordeelt dat uit moet worden gegaan van de datum van ondertekening van de overeenkomst en niet de datum waarop partijen (middels hun gemachtigden) akkoord zijn gegaan met de essentialia van de beëindiging.

Voor meer informatie over dit onderwerp of andere vragen op het gebied van het arbeidsrecht kunt u contact opnemen met Eline Geven of Tessa de Mos. 

Terug naar het nieuwsoverzicht

Deskundig in arbeidsrecht, personen- en familierecht, erfrecht, huurrecht, vastgoed, incasso en algemeen verbintenissenrecht. Bel nu 040-8200906.
Van Eerdenburg De Mos
advocatuur & mediation
Augustijnendreef 2
5611 CS Eindhoven
T: 040 - 82 00 906
F: 040 - 82 00 912



Ontwerp en techniek © 2013-2018 Montay Media