Actualiteiten

Advocatuur Mediation Overlegscheiding


Alimentatie: Is behoefte van de jongmeerderjarige vereist?

Alimentatie: Is behoefte van de jongmeerderjarige vereist?
Geplaatst op vrijdag 21 oktober 2016

Na een echtscheiding moet er vaak partneralimentatie en/of kinderalimentatie worden betaald. Op grond van de wet bestaat er een onderhoudsplicht voor kinderen van 18  tot 21 jaar, de zogenoemde jongmeerderjarigen. Dit betekent dat er voor kinderen in deze leeftijd ook een bijdrage kan worden overeengekomen door de ouders of dat deze bijdrage kan worden vastgesteld door de rechter. De kosten waarin voorzien moet worden zijn de ‘kosten voor levensonderhoud en studie’. In tegenstelling tot bij kinderalimentatie ontvangt de jongmeerderjarige de bijdrage rechtstreeks van de ouder, tenzij het kind zelf anders besluit.

Bij het berekenen van de alimentatiebijdrage wordt rekening gehouden met de behoefte van de alimentatiegerechtigde, in dit geval de jongmeerderjarige, en de draagkracht van de alimentatieplichtige, de ouders. Voor de draagkracht van de alimentatieplichtige gelden dezelfde regels als bij draagkrachtberekening van kinderalimentatie, maar de regels voor de behoefte zijn anders.

Uit de Alimentatierichtlijnen volgt dat de verplichting van ouders jegens hun minderjarige en jongmeerderjarige kinderen onafhankelijk is van de vraag of sprake is van behoeftigheid. Voor de bepaling van de behoefte van een jongmeerderjarige kan aansluiting worden gezocht bij de normen uit de Wet Studiefinanciering, waarbij er rekening gehouden wordt met het soort opleiding van de jongmeerderjarige (MBO, HBO of WO) en of hij thuis- of uitwonend is. Indien een jongmeerderjarige een basisbeurs en/of een aanvullende beurs ontvangt, dan vermindert hierdoor zijn behoefte. Uit de Alimentatienormen volgt dat een rentedragende lening, gelet op de terugbetalingsverplichting, niet als behoefteverlagend wordt beschouwd.

In de rechtspraak wordt de vraag of eigen inkomsten van de jongmeerderjarige behoefteverlagend werken, niet eenduidig beantwoord. Er zijn gevallen geweest waarbij de rechter van oordeel was dat de inkomsten van een jongmeerderjarige wel kunnen leiden tot een verlaging van de behoefte van de jongmeerderjarige. Het gaat dan vaak om inkomsten met een substantieel karakter die gedeeltelijk in mindering wordt gebracht op de behoefte van de jongmeerderjarige.

Op 30 september 2016 heeft de Hoge Raad zich ook over dit onderwerp uitgelaten. In deze zaak betrof het een jongmeerderjarige die zijn opleiding had afgerond en een arbeidsrelatie was aangegaan. Om deze reden was het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van oordeel dat de jongmeerderjarige redelijkerwijs geheel in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien. De jongmeerderjarige heeft vervolgens bij de Hoge Raad gesteld dat het hof heeft miskend dat behoeftigheid op grond van artikel 1:392 lid 2 BW niet is vereist. De Hoge Raad oordeelt dat de behoeftigheid van de jongmeerderjarige op grond van artikel 1:392 lid 2 BW in verbinding met artikel 1:395a BW geen rol speelt bij het vaststellen van de onderhoudsplicht van de ouders. Hierbij overweegt de Hoge Raad dat ouders onderhoudsplichtig zijn jegens hun kinderen die jonger zijn dan 21 en dat dit ook geldt indien deze kinderen niet behoeftig zijn doordat zij in hun eigen levensonderhoud zouden kunnen voorzien, bijvoorbeeld door te werken.

Indien u vragen heeft over alimentatie kunt u contact opnemen met Cory van Eerdenburg of Annemarie Broers.

Ga naar de website bij dit artikel: http://bit.ly/2epsN1P

Terug naar het nieuwsoverzicht

Bij meditatiën mediation gaan de erfgenamen samen met een onpartijdige tussenpersoon - de mediator - op zoek naar een oplossing. Meer informatie, bel 040-8200906.
Van Eerdenburg De Mos
advocatuur & mediation
Augustijnendreef 2
5611 CS Eindhoven
T: 040 - 82 00 906
F: 040 - 82 00 912



Ontwerp en techniek © 2013-2018 Montay Media